Robotlassen deed al meer dan vijftien jaar geleden zijn intrede in het bedrijf, toen de directie besloot een deel van de productie te automatiseren. Die investering zou een stap zijn naar hogere kwaliteit en productiviteit, maar de werkelijkheid bracht ook een reeks complicaties. Jarenlang probeerde het team tevergeefs een stabiele werking van het aangeschafte robotsysteem te bereiken. Het grootste probleem was de onvoldoende reproduceerbaarheid van de programma’s – de robot kon alleen correct lassen direct na het programmeren, maar na verloop van tijd of na een stilstand verschilden de resultaten aanzienlijk. De programma’s konden niet worden gestart zonder bijkomende aanpassingen, wat het bedrijf vertragingen en hogere kosten bezorgde.
“Het grootste probleem was dat we er niet op konden vertrouwen dat het programma morgen hetzelfde zou werken als vandaag. Bij het opnieuw inzetten van eerder geprogrammeerde onderdelen begonnen we vaak vrijwel van voren af aan,” vertelt ing. Vacek, technisch directeur en een van de mede-eigenaren. “De leverancier probeerde sommige zaken op te lossen, maar een blijvende oplossing bleef uit. Op een gegeven moment hadden we al het gevoel dat robotisering eerder een last dan een hulp was,” voegt ing. Vacek toe.
Een fundamentele verandering vond plaats op het moment dat het bedrijf besloot de productiecapaciteit te vergroten. De toenmalige ervaring met robotlassen leidde ertoe dat de mogelijkheden ook bij andere leveranciers werden onderzocht.
Na een presentatie van de lasmogelijkheden, systemen voor het elimineren van onnauwkeurigheden bij de productievoorbereiding en met name de mogelijkheden voor offline programmeren in het technisch centrum van Valk Welding in Paskov, besloot de directie van Svatavské strojírny twee robotsystemen aan te schaffen.